Programma TopZorg versterkt samenhang zorg en onderzoek in niet-academische ziekenhuizen

Niet-UMC’s[1] richten zich naast het leveren van basiszorg steeds vaker op zeer specialistische zorg in combinatie met wetenschappelijk onderzoek. Een aantal ziekenhuizen vervult met deze combinatie een expertisefunctie in de curatieve zorg. Het ZonMw-programma TopZorg versterkt en professionaliseert deze functie, zo constateren onderzoekers van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) in hun tussenevaluatie van TopZorg.

 TopZorg is een experiment waarin drie niet-UMC’s, het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, het ETZ in Tilburg en het Oogziekenhuis Rotterdam, in totaal 28,8 miljoen euro hebben gekregen om in de periode 2014-2018 zeer specialistische zorg en wetenschappelijk onderzoek te bekostigen. UMC’s ontvangen voor deze taken, de zogenaamde topreferente functie, de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg; voor niet-UMC’s bestond die bekostiging niet. De doelstelling van TopZorg is het inzichtelijk maken of het ‘maatschappelijke meerwaarde’ heeft zeer specialistische zorg en wetenschappelijk onderzoek ook in niet-UMC’s te bekostigen. Daarnaast dient TopZorg aanbevelingen op te leveren voor de toekomst van de beschikbaarheidsbijdrage academische zorg.

Uit de tussenevaluatie die minister Schippers op 7 februari 2016 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat TopZorg deels een continuering betekent van wat de drie ziekenhuizen al deden en deels nieuwe activiteiten mogelijk maakt. De rapportage van iBMG laat zien dat TopZorg de samenhang versterkt tussen wetenschappelijk onderzoek en de klinische praktijk, zorgt voor een professionalisering van de onderzoekscultuur en –infrastructuur in de drie ziekenhuizen, ruimte creëert voor kennisdeling tussen professionals en zorgverbetering stimuleert. De eindevaluatie van iBMG in 2018 zal duidelijk maken of deze (nieuwe) activiteiten van de drie TopZorg-ziekenhuizen ook daadwerkelijk maatschappelijke meerwaarde opleveren.

Het iBMG concludeert in de tussenevaluatie dat het beeld dat alleen UMC’s zorg verlenen in combinatie met medisch-wetenschappelijk onderzoek, niet meer klopt. Die constatering biedt mogelijk een breder perspectief op de al lang lopende discussie over de maatschappelijke relevantie van medisch-wetenschappelijk onderzoek, zoals recent weer geadresseerd door de Gezondheidsraad in het rapport ‘Onderzoek waarvan je beter wordt’. UMC’s, topklinische en categorale ziekenhuizen vervullen momenteel alle een plaats in het landschap van het medisch-wetenschappelijk onderzoek; het gesprek zal de komende jaren gaan over hoe ze zich het beste tot elkaar kunnen verhouden.

Het volledige rapport en de Kamerbrief kunt u hier downloaden. Meer informatie over het programma TopZorg vindt u op de website van ZonMw


[1] Universitair Medisch Centrum

De kosten van medicijnen | BNR Nieuwsradio

Prof. dr. Carin A. Uyl-de Groot was vrijdag 20 januari telefonisch in een uitzending van BNR Nieuwsradio over de kosten van medicijnen. De gehele radio-uitzending is hier terug te luisteren.

20 januari 2017 | Promotie Kayleigh van Winssen

Kayleigh van Winssen promoveert op vrijdag 20 januari 2017 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De titel van haar proefschrift is ‘Determinants of the demand for health insurance coverage’.

U bent van harte uitgenodigd om de promotieplechtigheid bij te wonen. De aanvang is om 13:30 uur precies in de Senaatszaal aan de Erasmus Universiteit Rotterdaam (locatie Woudestein, gebouw A/Erasmus Building), Burgemeester Oudlaan 50, te Rotterdam.

Curing health care systems | TEDx Talk

Dr. Ellen van de Poel participated in a TEDxErasmusUniversity video about 'curing health care systems'. The way healthcare is being delivered is broken in many countries. We don’t need new drugs or vaccines. We need to first cure the health care systems that deliver them. The video can be seen here.

lolaHESG 2017
Health Economics Conference

It is with great pleasure that iBMG and ESE of Erasmus University Rotterdam announce the Call for Abstracts for the 2017 LoLaHESG conference, to be held in Rotterdam at the Zalmhuis on 11 and 12 May 2017.
lolaHESG 2017 is the conference for researchers on any topic related to Health Economics and provides an excellent opportunity for everyone to exchange knowledge.

For further information, please visit our website at bit.ly/lolaHESG17 and follow us on Twitter @lolaHESG

Mantelzorgers vaker ziek en depressief

Mantelzorg leidt tot meer ziekte en depressieve klachten. De aanname dat mantelzorg een goedkoop alternatief voor thuiszorg is, zou daarmee op losse schroeven kunnen komen te staan, stelt onderzoeker dr. Pieter Bakx in het Algemeen Dagblad (AD) van woensdag 21 december 2016.

Het onderzoeksrapport 'Will you still need me, will you still feed me when I'm 64?' is hier te vinden.

De medisch specialist en correct registreren

Hoe denken medisch specialisten over correct registreren?

De overgrote meerderheid van medisch specialisten in ziekenhuizen vindt correct registreren van
zorgproducten belangrijk, maar als zij in complexe situaties voor hun gevoel moeten kiezen tussen
registratieregels en de zorg voor patiënten, gaat de patiënt voor. In veel gevallen is registreren
routine geworden, men voelt zich ervoor verantwoordelijk, maar het correct toepassen van de
registratieregels is in sommige situaties lastig. Medisch specialisten, ziekenhuizen en de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) kunnen in dialoog het registreren van zorg voor deze specifieke situaties
simpeler maken.

Correct registreren is belangrijk

88% van de medisch specialisten vindt correct registreren van zorgproducten (zeer) belangrijk en 80% voelt zich hiervoor verantwoordelijk. Voor medisch specialisten is echter niet altijd duidelijk welke registratiecodes de correcte zijn; een meerderheid twijfelt regelmatig, bijvoorbeeld bij patiënten met meerdere aandoeningen, meerdere behandelingen die tegelijkertijd nodig zijn, en als belangrijke diagnostische onderzoeken niet passen binnen de declaratiecodes. In deze situaties vindt een deel van de medisch specialisten dat het aanvaardbaar is om van de registratieregels af te wijken. Als zich dilemma’s voordoen, staat voor medisch specialisten de patiëntveiligheid, patiëntgerichte zorg en zorgkwaliteit voorop.

Ondersteuning in de praktijk

Medisch specialisten ontvangen wisselende ondersteuning vanuit het ziekenhuis bij het registreren. Deze ondersteuning komt bijvoorbeeld van de zorgadministratie, medisch secretaresses, ICT systemen, DBC‐consulenten of de beroepsvereniging. 84% geeft aan dat er zelden een training wordt georganiseerd over geldende registratieregels. Zij beoordelen de ondersteuning als matig. Ziekenhuizen zijn wel bezig om de registratieprocessen te verbeteren.

Aanbevelingen

Naast specifieke aanbevelingen, zijn er drie algemene aanbevelingen te geven:

  • Bevorder het wederzijds vertrouwen door een open dialoog tussen de NZa en medisch specialisten.
  • Maak het systeem van registreren minder complex
  • Biedt gerichte ondersteuning aan medisch specialisten bij het registreren in ziekenhuizen.

Over het onderzoek

Aan het onderzoek hebben 690 medisch specialisten uit 42 ziekenhuizen deelgenomen. Voorafgaand
aan het vragenlijstonderzoek zijn 17 interviews gehouden waarmee de meest belangrijke vraagstukken voor het thema ‘correct registreren’ zijn geïdentificeerd. Het onderzoek is op verzoek van de NZa uitgevoerd door het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), het iBMG (instituut voor Beleid en Management van de Gezondheidszorg) en de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie/Universiteit Utrecht.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u terecht bij dr. Iris Wallenburg (wallenburg@remove-this.bmg.eur.nl) en prof. dr. Roland Bal (r.bal@remove-this.bmg.eur.nl). Het volledige rapport kunt u hier downloaden.

Veranderingen in de zorg stellen inspectie voor nieuwe uitdagingen

Door veranderingen in de samenleving en de zorg kan er in het toezicht op zorg soms onzekerheid ontstaan over risico’s voor gezondheid, de normen die daar bij horen en wie daar op aangesproken kunnen worden. Volgens onderzoekers van vier kennisinstituten, waaronder het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg haar wijze van toezicht houden in situaties van onzekerheid nog verder verbeteren.

Er zijn drie belangrijke voorwaarden voor effectief toezicht: helderheid over het betreffende risico in de zorg, helderheid over de norm waaraan de zorg moet voldoen en helderheid over wie precies de aanbieder is die de zorg verleent. In de praktijk zijn er tal van situaties waar deze punten niet zo duidelijk zijn en de inspectie als toezichthouder met onzekere, minder goed beheersbare situaties te maken krijgt. Er kan gebrek aan kennis zijn over de ernst van het risico of het is niet duidelijk wie aanspreekbaar is op het geheel als meerdere zorgaanbieders zorg aan één cliënt leveren.

Erkennen van onzekerheid

Het ligt voor de hand om te proberen deze onzekere situaties op te heffen, door bijvoorbeeld het risico alsnog zichtbaar te maken, een norm vast te leggen of iemand aanspreekbaar te maken. Maar risico’s zijn niet altijd eenvoudig vast te stellen. En normen bieden niet altijd een kant-en-klaar antwoord voor hoe te handelen. Op de oude weg doorgaan in de toezichtspraktijk is dan niet effectief. Er is dan een andere werkwijze nodig die wel de onzekerheid erkent en daarop inspeelt.

Aanvullende werkwijzen ontwikkelen

De onderzoekers presenteren in hun rapport diverse opties voor hoe de inspectie kan inspelen op situaties van onzekerheid. De inspectie kan bijvoorbeeld partijen bij elkaar brengen om het bewustzijn van onduidelijke risico’s te vergroten. Wanneer de norm omstreden is, kan de inspectie ruimte laten voor lokale verschillen waarbij zorgaanbieders ‘best practices’ delen. De inspectie kan ook meer in dialoog gaan met het veld, waarbij ruimte is voor reflectie en het centraal stellen van waarden in plaats van handelingen.

Geen pleidooi voor vrijblijvendheid

Meer dialoog en samenwerking met het veld betekenen geen pleidooi voor vrijblijvendheid voor de manier waarop de inspectie toezicht houdt. Zelfs als het toezicht gericht is op dialoog met het veld, blijft de aanwezigheid en druk van de inspectie op dat veld nodig. Door het sterker nemen van een regierol kan de inspectie — eventueel in samenwerking met andere toezichthouders — onzekere situaties meer beheersbaar maken.

Onderzoekers

Dit onderzoek is uitgevoerd door vier kennisinstituten: IQ healthcare, RadboudUmc; instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam; EMGO+, VUmc en het NIVEL.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de hoofdonderzoeker, dr. Kor Grit,
via grit@remove-this.bmg.eur.nl  / (010) 408 8579.

Het onderzoeksrapport kunt u hier downloaden.

Health Technology Assessment of Orphan Drugs

In 2012 ontstond er een hevig debat naar aanleiding van het voorlopig advies om de behandeling van volwassen patiënten met de ziekte van Pompe te stoppen. Uiteindelijk besloot de minister, na prijsonderhandelingen met de fabrikant, om de vergoeding toch voort te zetten. Gezondheidseconoom Tim Kanters, werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG), onderzocht in zijn proefschrift ‘Health Technology Assessment of Orphan Drugs’ de verschillende aspecten bij vergoedingsbeslissingen voor weesgeneesmiddelen en de kosteneffectiviteit van de behandeling voor de ziekte van Pompe. Kanters promoveerde donderdag 8 december 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De ziekte van Pompe is een progressieve spierziekte met een breed klinisch spectrum. Patiënten met de klassiek-infantiele vorm van de ziekte sterven zonder behandeling binnen het eerste levensjaar. Patiënten met een mildere vorm ervaren progressieve spierzwakte en ademhalingsproblemen. Sinds 2006 is de kostbare enzymtherapie (ERT) beschikbaar voor deze ziekte.

Patiënten met ziekte van Pompe hebben een verlaagde kwaliteit van leven en werken minder Mantelzorgers geven ongeveer 18 uur per week mantelzorg. Dit kan leiden tot fysieke en mentale problemen, maar geeft mantelzorgers ook voldoening. Jaarlijkse kosten van zorggebruik, mantelzorg en productiviteitsverliezen bedragen €22.475 per patiënt.

Verder presenteert Kanters twee kosteneffectiviteitsstudies. Vanwege de onzekerheid rondom lange-termijn overlevingswinsten werden voor volwassen patiënten twee scenario’s doorgerekend. Beide scenario’s lieten grote overlevingswinsten zien. Incrementele kosten per voor kwaliteit-gecorrigeerd levensjaar waren €3,2 miljoen (scenario 1) en €1,8 miljoen (scenario 2). De kosteneffectiviteitsstudie voor patiënten met de klassiek-infantiele vorm liet zien dat ERT de levensverwachting met 13 jaar verbeterde. De incrementele kosten per voor kwaliteit-gecorrigeerd levensjaar waren €1,0 miljoen.

Tot slot onderzocht Kanters in hoeverre health technology assessment gebruikt werd in vergoedingsbeslissingen voor weesgeneesmiddelen. In Nederland bleek dat reguliere vergoedingscriteria (noodzakelijkheid, effectiviteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid) werden uitgebreid voor weesgeneesmiddelen: de beperkte budget impact, zeldzaamheid, identificeerbaarheid van patiënten en gebrek aan alternatieve behandelingen speelden ook een rol.

In de discussie wordt stilgestaan bij aanpassingen die nodig zijn met betrekking tot regelgeving voor weesgeneesmiddelen, methodologische uitdagingen voor onderzoek in weesgeneesmiddelen en richtingen voor toekomstig onderzoek.

Al doende leren • Hoe kan toezicht op de zorg waardevol blijven?

Toezicht op zorg is waardevol om kwaliteit en veiligheid te waarborgen. Maar toezicht kan ook tot last zijn. Wanneer problemen in de zorg worden besproken, is de (politieke) reactie meestal dat het toezicht moet worden versterkt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) krijgt dan de opdracht strenger te zijn en nog beter en vaker te controleren. Zorgprofessionals ervaren extra toezicht, regels en inspecties eerder als een wurggreep. Voor het leveren van maatwerk en optimale zorg hebben zij juist manoeuvreerruimte nodig. Hoe kan toezicht dan toch waardevol blijven?

Gedurende vier jaar heeft dr. Annemiek Stoopendaal, werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus University Rotterdam, ‘embedded’ onderzoek verricht bij de IGZ. Zij heeft van dichtbij meegemaakt hoe de IGZ alle kritiek tot zich neemt en hoe de IGZ zoekt naar andere mogelijkheden voor toezicht. Met een pragmatische aanpak, waarbij kennis zich al doende ontwikkelt in de praktijk, is gezocht naar een vorm van toezicht die zich niet alleen richt op de resultaten, maar ook op de organisatie van zorg. De IGZ zette hiertoe twee achtereenvolgende projecten op: het project ‘Systeemtoezicht’ en het project ‘Toezicht op goed bestuur’.

Stoopendaal:”Dankzij een goede samenwerking tussen veld, ministerie, wetenschap en inspectie ontstond– al doende lerend – een nieuw toezichtskader op zorgbesturing. Door de samenhang tussen resultaten, systemen en cultuur te bekijken, is een meer geïntegreerd beeld van de zorg mogelijk. De IGZ heeft een stap gemaakt in de richting van een pluriformer en daardoor mogelijk waardevoller toezicht. Want het uiteindelijk doel is breder dan alleen regelnaleving. Het doel is goede, veilige en menselijke zorg voor alle Nederlanders te bereiken."

Meer informatie

Lees hier het essay ‘Al doende leren’

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wouter Kleijheeg, Marketing & Communicatie van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, via 06-38739813 / (010) 408 8878 of via communicatie@remove-this.bmg.eur.nl

 

Pauline Meurs erelid van NSV

Op 25 november heeft Pauline Meurs het erelidmaatschap van de Nederlandse Sociologische Vereniging (NSV) ontvangen uit handen van Jan Willem Duyvendak, Voorzitter NSV.

Dat gebeurde tijdens het jaarlijkse actualiteitencollege van de NSV. Paul Schnabel sprak de laudatio uit. Thema van het actualiteitencollege was ditmaal Sociaal-Economische Gezondheidsverschillen. Gastheer Kim Putters, directeur van het SCP, zat de bijeenkomst voor.

Meer informatie over de bijeenkomst vindt u op de website van de NSV.

New newsfeed on intranet

Vrijdag, 24 februari 2017

We are delighted to announce we have a new newsfeed for iBMG and EUR news. We look forward to publishing all your announcements and achievements here as of this moment. 

Zorgwoordvoerders politieke partijen in debat bij Health Zorgdebat

Vrijdag, 24 februari 2017

Wat gaat het nieuwe kabinet doen om de betaalbaarheid en de toekomst van de gezondheidszorg onder controle te krijgen? Wie moeten de lasten gaan dragen: de jongeren of juist de ouderen? Wat moet er met het eigen risico gebeuren? Voor dat en meer aandacht tijdens het Health Zorgdebat, met de zorgwoordvoerders van de politieke partijen.